Tips voor de tuinWerken met compostTuingond verbeteren ... met compost Met compost het jaar rond - praktische tips voor compostgebruik in alle seizoenen Met dank aan de Belgische overheid voor beide folders Zomer in de tuin Bij warm weer kunt u beter geen zware fysieke inspanningen verrichten vanwege de hoge ozonconcentraties of de risico's van warm-testuwing of een hitteberoerte. Daarom kun je beter je dagritme aanpassen en 's ochtends iets vroeger opstaan om tijdens de koelste uren van de dag wat in de tuin te werken en 's middags een siësta houden onder je boom. Tuiniers zijn evenmin immuun tegen zonnebrand of een zonne-steek. Als je perse in volle zon in de tuin wilt werken, kun je dat alleen daarom al beter niet in bikini of zwembroek doen. Er is nog een andere reden waarom bikini of zwembroek niet de ideale kledij is om in de tuin te werken. Heel wat planten kunnen namelijk, al dan niet in combinatie met de zon, ernstig huidletsel veroorzaken. Het bekendste voorbeeld is de reuzenberenklauw. Het aanraken van de plant bij zonnig weer kan huidirritatie veroorzaken; wanneer het sap op de huid komt kunnen brandwonden tot de tweede graad ontstaan. Het verraderlijke van deze planten is dat je - in tegenstelling tot bijvoorbeeld brandnetels - niets voelt als je ze aanraakt en de gevolgen pas echt zichtbaar worden als de zon schijnt (fototoxische reactie), soms meerdere uren later. Tientallen courante tuinplanten kunnen dergelijke verbrandingen veroorzaken. De modieuze vuurwerkplant (Dictamnus albus) is zo'n gevaarlijke brandplant. Vooral de decoratieve zaaddozen zijn erg gevaarlijk. Andere beruchte sierplanten zijn de wonderboom (Ricinus communis), de azijn- of fluweelboom (Rhus) en de pruikenboom (Cotinus). Gewoon huidcontact met de bladeren of de takken kan al volstaan voor fototoxische reacties. Ook wijnruit (Ruta graveolens), akkerscherm (Ammi majus), engelwortel (Angelica), duizendblad (Achülea millefolium), duizendknoop (Persicaria), en Lantana camara zijn planten die bij aanraking of contact met het sap brandwonden kunnen veroorzaken. Zevenblad Hoewel er veel onkruiden zijn die erger zijn dan zevenblad, bijvoorbeeld heermoes of winde, lijkt zevenblad in tuinen toch de meeste ergernis te veroorzaken - misschien omdat het zo vaak voorkomt. Wie het moe is om tegen zevenblad te strijden zou het hoofd in de schoot kunnen leggen en kunnen overwegen om na te gaan of er misschien planten zijn die het werk kunnen overnemenen die zevenblad verdringen. En die zijn er: maagdenpalm zal zevenblad na verloop van tijd de baas worden. Er zijn meerdere soorten maagdenpalm; Vinca hirsuta en Vinca major zijn hiervan het effectiefst. Ook zijn er planten die het zevenblad niet direct verdringen, maar die toch in een toestand van gewapende vrede met zevenblad samenleven. Dit zijn bijvoorbeeld de struisvaren, Matteuccia struthopteris, en de hoge salomonszegel Polygonatum x hybridum. Ook vrouwenmantel, Akhemilla mollis, is tegen zevenblad opgewassen en je zou je zelfs kunnen afvragen wie van die twee het grootste onkruid is. Heermoes Heermoes wieden is onbegonnen werk, het is heel moeilijk om deplant met wortel te verwijderen. Als bestrijding wordt vaak herhaaldelijk ploegen van de bodem aangeraden. Ploegen en frezen leidt tot verspreiding van de wortelstokken. Als dit vaak genoeg herhaald wordt, kunnen de wortelstokken zich niet verder ontwikkelen en wordt de plant uitgeput. Onder oudere struiken waar er weinig licht is, duikt heermoes zelden op. Het is een lichtminnende plant. In de schaduw is hij niet zo levenskrachtig en groeit hij ijl en slap. In een jonge aanplant kan heermoes massaal voorkomen als gevolg van het verstoren van de bodem. Zolang de struiklaag klein is, zult u met heermoes geconfronteerd worden. Dat komt door gebrek aan schaduw (nodig voor het herbergen van andere bosplanten) en het ontbreken van een natuurlijke strooisellaag van gevallen blad. Zolang de bodem onbegroeid is, ontwikkelt de natuur zelf bodembedekkers zoals heermoes. Stoort u zich aan deze spontane begroeiing, dan kunt u het beste maaien. Laat het maalsel gerust liggen. De vruchtbare, sporendragende en bladgroenloze stengels moet u in de lente plukken en afvoeren. Houd dit maaibeheer enkele jaren aan, zolang u tussen de struiken kunt stappen. Laat ondertussen de vorming van de strooisellaag toe. Zo evolueert de aanplanting in de gewenste richting. Zodra er voldoende schaduw is en een strooisellaag, kunt u overwegen om een kruidlaag aan te planten. Denk er wel aan dat maaien dan niet meer aangewezen is. Indien dan nog heermoes de kop opsteekt, moet u gewoon stelselmatig plukken. Onder de heg en haag die net zijn aangeplant, laat u heermoes gewoon staan. Bestrijding heeft weinig zin. Het resultaat is steeds opnieuw kale aarde. Daar kunt u het natuurlijke vegetatieproces het beste zijn gang laten gaan. Vrij vlug zal er gras groeien, dat u eventueel kunt maaien. Bodemafdekking: tegen onkruid en uitdroging Aangezien voorspelt wordt dat in de komende decennia zoet water steeds meer een schaars goed zal worden, is efficiënt gebruik van water een must. Bodems verliezen vocht door de doorsijpeling van water naar diepere lagen, door de verdamping van het water door planten (transpiratie) en rechtstreeks uit de bodem (evaporatie). Door de verdamping van water wordt de bodem niet alleen droger, maar ook zouter. De totale hoeveelheid meststoffen in een drogere bodem worden immers geconcentreerd in een steeds kleinere hoeveelheid water. De combinatie van droge bodem en hoge zoutconcentraties leidt bij aanhoudende droogte tot groeistoornissen bij de gewassen. De transpiratie door planten is noodzakelijk voor een goed groeiproces. Wie de watervoorraad in de bodem zoveel mogelijk wil sparen, dient bijgevolg vooral maatregelen te nemen om de evaporatie uit de bodem tegen te gaan. De bodem bedekken kan hier een groot effect hebben. Dit wordt ook "mulchen" genoemd. Bijkomend voordeel is dat de concurrerende onkruidvegetatie beperkt wordt. Zo is er dus ook minder onderhoud noodzakelijk. Mulchen kan met vele materialen. Hiertoe kunnen enerzijds inerte producten gebruikt worden. Voorbeelden hiervan zijn:plastic, papier of een grindlaag. De meest gekende vorm van mulchen is echter het afdekken met een organische afdeklaag. Zowel vers als gecomposteerd materiaal kan hiervoor worden gebruikt, ook de dikte en de intensiteit van inwerking kan variëren. Gecomposteerd materiaal verdient echter de voorkeur omwille van de hygiënisatie en het voorkomen van N-vastlegging. Biologische producten bieden het voordeel milieuvriendelijk te zijn. Verder kan met een organische mulching de bodem blijven ademen. Dergelijke afdeklaag draagt ook bij tot de vorming van een stabiele humuslaag. De organische mulchlaag kan zelf ook fungeren als een bijkomend waterreservoir. In tegenstelling tot plastic en andere inerte materialen, verdwijnen organische mulchlagen na verloop van tijd zodat er geen bijkomende arbeid nodig is om schade aan bodembewerkingstoestellen te vermijden. Ir. Erwin De Rocker onderzocht vorig jaar welke precies de invloed is van een mulchlaag van compost op de uitdroging van de bodem. In een experimentele opstelling werden een zandleembodem met en zonder een 2 cm dikke laag humotex-compost vergeleken. Uit de resultaten bleek dat de verdamping uit de onbedekte bodem tot drie maal hoger was dan de verdamping uit de bodem met compostlaagje. Als gevolg hiervan bleek de onbedekte bodem ook veel zouter te zijn dan de bedekte. De conclusies van het onderzoek zijn daarom duidelijk: door compost te gebruiken kunnen gewassen efficiënt beschermd worden tegen droogtestress. De bijkomende positieve effecten van compost (ziekte-onderdrukking, activering van het bodemleven, onkruidonderdrukking) leveren nog extra troeven op. Zeker voor de fruitteelt, de groenteteelt, de boomkwekerij en tuinaanleg is dit een belangrijke boodschap. Zowel fijne als grove compost kunnen gebruikt worden en hebben beide een aantal voor- en nadelen. Grove compost leent zich hier uitstekend voor. Het is niet alleen een natuurlijk product, het is ook zeer stabiel. De gemakkelijk afbreekbare delen zijn immers door het composteringsproces verteerd en afgezeefd zodat enkel een stabiel eindproduct met lange levensduur overblijft. Fijne compost leent zich slechts voor deze toepassing indien enkel een kortstondige werking vereist is. Als gevolg van de hogere voedingsinhoud dient de dikte van de laag beperkt te worden. Dit betekent dat de onkruidonderdrukking slechts tijdelijk is. Wel wordt een extra positief effect op de bodem verkregen. Deze dunne laag compost wordt immers vrij snel door bodemorganismen en vogels met de bovenste laag van de grond vermengd. Als bescherming tegen uitdroging tijdens het eerste groeiseizoen levert fijne compost een goed resultaat. Concrete aanwijzingen Na het aanplanten wordt op de volledige beplante oppervlakte, met uitzondering van die delen waar bodembedekkers aangeplant zijn, tussen de gewassen een afdeklaag voorzien die ongeveer 2,5 tot 7,5 cm dik is. Bij zuurminnende planten moet echter opgelet worden bij gebruik van compost met een hoge pH. Voor bepaalde toepassingen kan S toediening nuttig zijn. |