Ga naar de actuele site van ATV De Pioniers

De Pioniers kent een lang en boeiend verleden. Een verleden dat sterk samenhangt met de historie van Utrecht Noordoost. Al ver vóór 1935 waren er "wilde" tuinders aan de rand van de stad: tuinders met een klein landje die niet voor hun broodwinning afhankelijk waren van de teelt van groente en fruit. In de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw organiseerden volkstuinders zich in verenigingsverband. De Pioniers was de tweede volkstuinvereniging van Utrecht aan de Ezelsdijk.

voor 1935

Vanuit het streekdorp Voordorp, waarvan het huidige Blauwkapel de kern was, liepen ooit smalle kavels vanaf de boerderijen aan de Voordorpsedijk tot aan de Utrechtse weg. Die kavels waren ongeveer 50 m breed en 1500 m lang. Veeteelt was op de natte, kleiige grond de gangbare vorm van landbouw. Het was een boomloos landschap, vergelijkbaar met het gebied ten noorden van Westbroek. Het slotenpatroon van De Pioniers herinnert ons aan dit vroegere landgebruik. Dat is uniek want in de omgeving is dat patroon verdwenen onder de verstedelijking of ruilverkaveling. Wie realiseert zich nog dat deze verkaveling 800 jaar geleden is gemaakt?

Waar nu de tuinen liggen was vanaf de 19 de eeuw inundatiegebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie die oostelijk om Utrecht lag. De Pioniers ligt tussen Fort Blauwkapel en Fort op de Biltstraat.

Hoewel De Pioniers als vereniging nog niet bestond waren er al "wilde" tuinders in het gebied tussen de Blauwkapelseweg en de Hengeveldstraat. In tegenstelling tot de hoveniers, die voor de broodwinning groenten teelden, probeerden deze tuinders de gezinsuitgaven te drukken door hun eigen groenten te telen. Er waren in die tijd duizenden werklozen die met een uitkering van 15 tot 20 gulden per week moesten rondkomen.

1935-1960

In het voorjaar van 1930 werden de volkstuinders aan de Blauwkapelseweg uitgekocht vanwege stadsuitbreiding. Door deze tuinders werd op 7 november 1935 in het gebouw van Vriendenkring Oudwijk aan de Brigittenstraat 1 ATV De Pioniers opgericht. Oprichter en voorzitter van het eerste uur was de heer J.P. Hellevoort. Het plein voor het verenigingsgebouw is naar hem vernoemd. De heer Hellevoort was tot in de jaren ’70 actief in de vereniging. Hij heeft zich sterk gemaakt voor onthechting van de vereniging van de Volksbond tegen Drankmisbruik die in de jaren dertig nogal feodaal heerste in de volkstuin-wereld. Uit deze ontsnapping ontstond het Algemeen Verbond van Volktuinders, het huidige AVVN. De heer Hellevoort had zijn tuin ter plekke van het grasveld met de knotwilgen aan de noordzijde van het complex. In 1935, het jaar van de oprichting, waren de eerste tuinders aan de Ezelsdijk (de huidige Huizingalaan) met recht pioniers. Met een stukje grond van 300 m2 konden 90 gezinnen zich in de behoefte aan aardappelen, groente en fruit voorzien. De contributie bedroeg 12 gulden per jaar.

Het terrein behoorde tot de gemeente Maartensdijk. Gezien de ligging in de Nieuwe Hollandse Waterlinie gold de Kringenwet. Dat betekende: alleen verplaatsbare gebouwen kleiner dan 2 m2, geen verharding, geen bomen of heesters. In 1940 en voor het laatst op 1 april 1945 werd het gebied daadwerkelijk onder water gezet. Na de oorlog was het een troosteloze toestand en stond ‘geen paal meer overeind’. In 1936 bouwden timmerman Nol Mulder en glas-in-lood-zetter Herman van Maanen een kiosk. Deze kiosk was het verenigingsgebouw, waar de contributie werd geïnd. Het heeft nog een tijdje op het plein van het huidige complex gestaan. Het glas-in-loodraam met onze naam is het enige dat ons nog hieraan herinnert: het siert de ingang van ons verenigingsgebouw.

1960-1985

Bij de aanleg van Tuindorp-Oost moesten de volkstuinders rond 1960 verkassen naar de huidige plek aan de Kögllaan. Met de opening van het nieuwe complex in 1961 was ook het verenigingsgebouw gereed. Centrale verwarming, douches en toiletten werden later toegevoegd. De uitbreiding van de winkel is van 1967.

Iedere tuin was bij de oplevering voorzien van een huisje volgens vaste maten en kleuren; de meesten staan er nog. De huisjes met plat dak van 2,4 x 2,4 meter kostten toetertijd 570 gulden en de grootste huisjes van 3,2 x 4 meter 1300 gulden. Ook werd iedere tuin voorzien van een fruitboom op 2 m van de haag. In sommige tuinen staan ze nog: deze bomen zijn inmiddels de 50 gepasseerd en vol holten en knoesten. De tuinen waren omgeven door een ligusterhaag. Deze was verplicht en moest ook op een vaste hoogte strak geschoren blijven. Liguster groeit op alle soorten grond en geeft een behaaglijke beschutting. Rondom het complex werd door de gemeente een groensingel aangelegd. Er werd gekozen voor snel groeiende bomen geschikt voor een natte standplaats: zwarte els, es en grauwe abeel. Je moet je voorstellen dat het gebied rondom nog ongeveer boomloos was en deze groensingel zou spoedig dichtgroeien en luwte bieden.

Het verenigingsleven bloeide in die jaren volop. Er werden activiteiten voor alle leeftijden georganiseerd: klaverjassen, bingo, sinterklaas en de vermaarde en druk bezochte jaarlijkse lampionoptocht. Vooral gezinnen verbleven zomers veel op de tuin en vaak hadden meerdere generaties een tuintje op het complex. De sociale cohesie was heel groot. Er werd zelfs gesproken van ‘De Pioniers-familie’. De oorspronkelijke functie om te voorzien in groente en fruit (nutstuin) maakte langzaam plaats voor bloementuinen. De recreatieve en sociale functie werd steeds belangrijker. Uit die tijd is een leuk filmpje. Op de plek van de huidige speeltuin waren vanaf het beging al een zandbak en hoge schommels aanwezig. Aan de noordkant lag een vuilopslagplaats. Hier werd later het inmiddels verdwenen pierenbad aangelegd. Aan de zuidkant, ter hoogte van het speelveldje, stond het jeugdhonk ‘de woelige hoek’; een houten keet. De ratten knaagden door de wanden, maar verder was het er gezellig.

Ter herinnering aan het 40 jarig jubileum werd in 1975 door de leden een pomp geschonken; deze siert het Hellevoortplein. Bijzonder is dat de pomp een replica is van de pomp aan het Geertekerkhof in Utrecht. De pomp functioneerde oorspronkelijk daadwerkelijk als waterpomp.

1985-2010

De hoofdingang van het complex lag oorspronkelijk aan het einde van de Perenlaan, ter hoogte van de spoorwegovergang aan de Kapteynlaan. Met de bouw van Voordorp, begin jaren '90, werd de ingang en de parkeerplaats verplaatst naar de Sartreweg. Van de oorspronkelijk 132 tuinen vielen er aan de noordzijde letterlijk 11 in het water. Momenteel telt het ruim 4 hectare grote park 121 tuinen. Tussen 1990 en 2000 was de dreiging van een derde verplaatsing groot. Dit had duidelijk zijn weerslag op de vereniging. Nu die dreiging voorlopig van de baan is richt de vereniging zich met nieuwe energie vol op de toekomst. Met de komst van een nieuwe generatie leden, waaronder veel jonge gezinnen, is de gezelligheid van vroeger weer nieuw leven ingeblazen.

Inmiddels wordt de sociaal-maatschappelijke, recreatieve en ecologische functie van volkstuinen breed onderkend. We spreken tegenwoordig liever van "tuinenparken". De contacten met wijk en omwonenden zijn verstevigd. Omwonenden zijn van harte welkom op ons park. Illustratief hiervoor is de folder met educatieve rondwandeling en excursies voor omwonenden.

Er zij tal van initiatieven gaande die ons park tot een rustpunt maken voor leden en de buurt. In 2001 ging de punt bij de ingang aan de spoorlijn op de schop om ingericht te worden als heemtuin. Andere plaatsen volgden. Natuurbewustzijn en natuurbeheer is één van de pijlers van de vereniging. De flora en fauna wordt vanaf 1999 jaarlijks geïnventariseerd. In 2004 werd tuin 1 ingericht als schooltuin. Vervolgens werden in 2006 door de gemeente de paden verhard.

na 2010

Omdat het voorbestaan al een aantal keren bedreigd is geweest hebben de tuinenparken van Noordoost Utrecht - De Pioniers, De Driehoek en Ons Buiten - zich verenigd om het belang van tuinenparken in de wijk uit te dragen, te versterken en voor de toekomst te behouden. In het belang van iedereen: de leden én de omwonenden. Duurzaamheid is altijd al het sleutelwoord geweest voor De Pioniers. Eerst duurzame voedselvoorziening, vervolgens duurzame sociale banden en nu duurzaam groen voor de wijk. De sociaal-maatschappelijke, recreatieve en ecologische functie gaan verder dan de grenzen van het park! Deze functies zijn steeds belangrijker geworden en de laatste jaren terecht onderkend. De Pioniers streeft als vereniging doelen na die hierop inspelen: openheid naar de omliggende wijken en haar bewoners en maximaal inspelen op kansen voor inheemse flora en fauna.